Deze week is het de week tegen het pesten. Over pesten is natuurlijk veel te doen in het nieuws. We kennen de voorbeelden van kinderen die buitengesloten worden, online bestookt worden met nare berichten en in de uiterste gevallen kinderen die hun leven beëindigen omdat ze zich niet geliefd voelden.

Helaas is gepest worden ook niet aan mijn deur voorbij gegaan. En in het kader van de thema- week rondom pesten deel ik mijn verhaal met jullie.

Als kind groeide ik op in Geldrop. Ik zat er op een leuke school en had er een fijne klas. Natuurlijk, in mijn klas zaten enkele kinderen die wel eens vervelend deden naar anderen en vooral één klasgenootje moest het vaak ontgelden. Maar ik had er een fijn plekje in de klas en had wat vriendinnen om me heen. Toen ik bij de overgang van groep 7 naar groep 8 ging verhuizen naar een ander dorp in een andere omgeving van Brabant en ik dus ook naar een andere school moest, begon de ellende.

Vreemde eend in de bijt:

Als je in groep 8 moet invoegen in een klas die al 7 jaar bij elkaar zit, dan heb je een leuke uitdaging voor je kiezen. Ik moest ontzettend wennen aan alles. De school was vrijer dan mijn oude school, alle methodes waren anders en ook de mentaliteit was anders, Veel dorpser. Een echte ons-kent-ons cultuur. Doordat ik toen al lang was, viel ik extra op. En toegegeven, als ik terug kijk op hoe ik me toen opstelde, kwam ik niet echt sociaal handig over. Een mooie cocktail voor mijn klasgenoten om mij es uit te testen.

Het begon met schelden. Dit voldeed zich niet alleen op de speelplaats, maar ook in de speeltuin voor de deur waar wij woonden.  De ons- kent- ons cultuur werkte meteen tegen me. Niet alleen klasgenoten namen me op de korrel, ook buurtkinderen sloten zich erbij aan. Zodra ik buiten kwam was het ‘bal’. Later bereidde het pesten zich ook uit met opwachten en soms zelfs fysiek pijn doen. Ik veranderde steeds meer in een angstig en onzeker vogeltje. Altijd als twee kinderen met elkaar fluisterden was ik ervan overtuigd dat ze het over mij hadden.  En op een bepaald punt was mijn dagelijkse portie frisse lucht de weg naar en van school, omdat ik verder niet meer buiten durfde te komen. Afspreken deed ik nauwelijks, want sja…met wie? Ik had één vriendin in de klas, daar hield het wel mee op.

Mijn ouders deden wat ze konden om mij te helpen. Maar zoals dat tegenwoordig nog zo vaak gaat: gesprekken op school verergeren de boel. En gesprekken met ouders van de pesters mondde steevast uit in het “mijn kind doet dat niet” syndroom. Dus mijn ouders zagen vaak met groot gevoel van machteloosheid toe hoe ik huilend uit school kwam of me opsloot in huis omdat ik niet naar buiten durfde. Niet echt sfeer bevorderend, kan ik je zeggen.

 

De omkeer:

Ik weet niet wie mijn ouders getipt heeft of hoe ze er terecht kwamen, maar op een dag kwam er een maatschappelijk werkster bij ons thuis om met mij te praten. Ze luisterde aandachtig naar mijn verhaal, toonde begrip voor mijn gevoelens en kwam toen met de gouden tip, die ik nooit meer vergeten ben: “negeer!”

Dat klinkt wel heel gemakkelijk natuurlijk; negeer. En toch lag daar voor mij het omslagpunt. De maatschappelijk werkster legde me uit: “doe alsof je het schelden en roepen niet hoort. Natuurlijk hoor je het wel, En raakt het je ook. Maar als jij niet meer reageert, dan gaat de lol eraf voor ze”.

Ik weet nog goed, de eerste keer dat ik de tip in de praktijk ging brengen. Ik zou ons hondje uit gaan laten en moest daarvoor langs het speelplein lopen. Ik had allang gezien dat de vaste kliek op hun vaste stek zat. De zenuwen gierden door mijn lijf. En zodra ik in beeld kwam, begon het geroep. Ik bleef stoïcijns voor me uitkijken met in mijn hoofd het mantra “niet reageren, niet reageren” tot ik uit beeld was en haalde opgelucht adem. Hoewel er natuurlijk wel gescholden was tegen me, had ik toch het gevoel dat het me geluk was. Ik heb niet gereageerd. Dit gaf me de moed om vaker naar buiten te gaan en verdomd…op een gegeven moment hield het roepen op! Het werkte!

Ik liet me niet langer opsluiten in huis. Ik sloot me aan bij de toneelvereniging. Maakte daar nieuwe vriendinnen. Ik kreeg weer lucht! Ik sloot de basisschool af en ging naar de middelbare school in de stad verderop. Daar maakte ik nog meer nieuwe vriendinnen. Langzaam kon ik het pesten achter me gaan laten, voelde ik me minder angstig en werd ik weer de open en spontane versie van mezelf. Die ik voorheen altijd was.

Sporen:

Ben ik dan helemaal ongeschonden eruit gekomen? Nee, zeker niet. Alleen al het feit dat ik dit blog schrijf geeft aan dat ik me die tijd nog levendig kan herinneren. Ik kan me nog steeds onzeker voelen in het bijzijn van bepaalde mensen. Ik kan erg zelfkritisch zijn en vinden dat ik minder slim/ mooi/ knap ben dan een ander. En hoewel mijn buitenkant volgens velen iets anders uitstraalt, voel ik me met regelmaat ook nog wel onzeker. Alleen nu weet ik dat onzekerheid niet negatief hoeft te zijn.

Toch heeft het me ook veel gebracht. Ik heb geleerd meer voor mezelf op te komen. De gouden tip van de maatschappelijk werkster deel ik met kinderen die ik tegenkom en die zich gepest voelen. Ik ben adremmer geworden en kan vaker mijn schouders ophalen bij flauw gedrag van anderen.

Als therapeut heb ik handvatten geleerd die concreet bijdragen aan het vergroten van zelfvertrouwen, zelfbeeld en weerbaarheid. Daar profiteren niet alleen mijn cliënten van, ik zelf groei er ook nog steeds door.

Meer over pesten:

Maak jij je zorgen over je kind? Heb je de indruk dat je kind wordt gepest, maar wil hij of zij daar niets over vertellen? Trek altijd aan de bel! Praat met de leerkracht over mogelijke signalen, vertel aan je kind over pesten en gepest worden zonder door te vragen naar zijn/haar eigen ervaring en eventueel kun je ook bij je huisarts of centrum voor jeugd en gezin aan de bel trekken.

Op de volgende websites vind je meer informatie over pesten:

https://www.weektegenpesten.com/

https://www.zapp.nl/1741-week-tegen-pesten

 

 

 

Photo by Pixabay
Social Share Buttons and Icons powered by Ultimatelysocial